Assessment voorbereiden: wat kun je doen?

1.399 keer gelezen

Al zo’n 25 jaar doe ik assessments. Ik heb ze in alle soorten en maten gedaan: groepsassessments, online assessments, individuele assessments, eendaagse en tweedaagse assessments en ‘in-house assessments’ waarbij leidinggevenden uit het bedrijf (potentiële) medewerkers beoordelen.

De doelgroepen waarmee ik gewerkt heb zijn talrijk: leidinggevenden, directieleden, burgemeesters, zorgmanagers, controllers, teamleiders, straatcoaches, toezichthouders, dokters, adviseurs, management assistentes, verkopers en een enkele hoogleraar. 

Wie het ook betrof, met welke doelgroep ik ook werkte, veel mensen vinden een assessment spannend en sommigen vinden het ronduit vreselijk… 

Dat begrijp ik. Wanneer je het idee hebt dat iemand anders jou in één dag moet leren kennen, beoordelen en de ‘macht’ heeft om jou wel of niet geschikt te bevinden voor een functie, promotie of baan voelt dat op zijn zachtst gezegd niet prettig. Als je daarbij optelt dat je voorafgaand aan het assessment in je omgeving toch regelmatig ‘gruwelverhalen’ hoort over arrogante assessoren, ‘stomme testjes’ en ellenlange vragenlijsten, vervelende rollenspelers of irrealistische cases, dan zit je op de avond voor je assessment misschien toch niet heel blij op de bank.

Uitgenodigd, wat nu?

Als je uitgenodigd wordt voor een assessment en behoort tot de groep mensen die er een beetje of zelfs heel erg tegenop zien, kan het helpen om je voor te bereiden op het assessment. Hoe? In deze blog wil ik je daarvoor graag wat handreikingen geven en enkele tips om de dag zelf op een prettige manier door te komen. Natuurlijk biedt een blog beperkte ruimte. Er zijn diverse boeken die kunnen helpen en verderop in de blog zal ik je een aantal titels aanraden. Als je geen tijd of zin hebt om een boek door te nemen, is dat niet erg. Neem dan vooral deze tips ter harte en dan kom je een heel eind.

Je assessment voorbereiden

Voorbereiden op een assessment kan je heel uitgebreid doen en heel beperkt.

De minimale voorbereiding is dit:

  • Je zorgt dat je de dagen voorafgaand aan het assessment goed slaapt of in elk geval op tijd naar bed gaat. Vermoeidheid is slecht voor je concentratie en concentratie heb je wel nodig op zo’n dag.
    voorbereiden op assessment
  • Je zorgt dat je weet wat de vraagstelling van de opdrachtgever voor het assessment is: gaat het om een pure geschiktheidsvraag of om een ontwikkelassessment? Of is het een combi van de twee?
  • Je weet wat de functie-eisen zijn en wat de criteria voor de functie zijn.
  • Eventuele opdrachten die je thuis moet doen voorafgaand aan het assessment doe je bijtijds (dus niet pas de avond ervoor). Als er dan iets misgaat of je nog vragen hebt, kan je bijtijds contact opnemen met het bureau.
  • Je zoekt minstens een dag of twee van te voren uit waar je moet zijn en hoe je daar komt. Als je weet dat je meer dan een uur reistijd hebt of veel files op de weg ernaartoe is het met het oog op je nachtrust te overwegen om een voorovernachting te regelen. Misschien kun je bij een kennis of familie logeren. Vaak heeft het assessmentbureau zelf tips voor overnachtingsadressen in de buurt.
  • Je zorgt dat je CV op orde is (voor zover dat nog niet zo was) en neemt een exemplaar mee naar het assessment. In het gesprek tijdens de assessmentdag kun je dat erbij nemen. Vaak zal de assessor er zelf naar vragen.
  • Je zoekt op het internet naar een paar voorbeelden van capaciteitentests. Het bekijken van dit soort tests geeft je een idee van wat je op de assessmentdag tegen zou kunnen komen. Als je weinig tijd hebt, probeer dan toch een verbale, cijfermatige en 'figuren'-test te oefenen.

Met deze minimale voorbereiding zorg je dat je goed in vorm bent om de dag op een plezierige manier te doen. Als je niet erg gespannen bent over het assessment of het al vaker met succes hebt doorlopen, verschijn je hiermee ‘goed aan de start’. De rest moet je toch op de assessment dag zelf laten zien. 

Wat als je nog meer wilt doen?

Als je meer wil doen aan je voorbereiding, heb ik de volgende suggesties voor je:

  • Neem de criteria voor de functie nog eens door en bereid je thuis voor op een gedragsgericht interview. Het gedragsgerichte (of STAR interview) wordt vaak toegepast in assessments en het fijne daaraan is dat je je kan voorbereiden. In een dergelijk interview kun je aan de hand van eigen praktijkvoorbeelden uitleggen hoe jij jezelf ziet op deze criteria. Als bij voorbeeld netwerken een functiecriterium is, ga dan voor jezelf eens na in welke situaties jij het afgelopen jaar genetwerkt hebt en met welk doel en resultaat. Kan je dat kort uitleggen als ernaar gevraagd wordt? Dit kan je oefenen met je partner of een vriend of vriendin. Probeer gewoon eens uit te leggen hoe je de afgelopen tijd de gevraagde criteria hebt toegepast in de praktijk. Neem daarbij concrete situaties voor ogen: praat dus niet over ‘meestal’ of ‘altijd’, maar over een specifieke situatie. Beschrijf een specifiek moment waarop je de gevraagde competentie of vaardigheid hebt toegepast. Wie waren erbij, wat was je rol en wat leverde het op?
  • Op dezelfde manier bereid je je voor op vragen over je motivatie. Waarom wil je deze functie nou echt en wat zegt dat over jou? Gaat het je om een volgende stap, om salaris of om ontwikkelmogelijkheden bij voorbeeld? En bij dat laatste: wat wil je precies ontwikkelen? Wees zo eerlijk mogelijk. Maak het niet mooier dan het is. De assessor prikt daar waarschijnlijk toch doorheen of houdt een ‘niet pluis gevoel’ over aan het gesprek met jou als je teveel sociaal wenselijke antwoorden geeft.

NB: deze twee bovenstaande tips geef ik niet opdat je de interviewer zoveel mogelijk vóór bent, maar om je uit te nodigen om zelf actief te reflecteren op je match met de functie. Het is immers zelden zo dat een match precies 100% is. Dat weet de assessor ook. Op sommige punten ben je misschien overgekwalificeerd en op andere juist niet. Probeer voor jezelf kritisch te kijken naar hoe de match is en wat je nog bij te leren of te ontwikkelen hebt. Misschien levert het assessment je dan goede aanknopingspunten op om die ontwikkeling een goede kans te geven.

Als je er alleen maar op uit bent om je beter voor te doen dan je bent om de functie of baan te krijgen, loop je een fors risico. Je kunt er gemakkelijk ongeloofwaardig door worden: te mooie verhalen roepen argwaan op. Daarnaast loop je het risico dat je uiteindelijk een baan krijgt die je niet aankan. Dat is misschien nog erger.

  • Als je weet dat je capaciteitentests gaat doen tijdens de assessmentdag, oefen die dan vooraf. Dat hoeft echt geen uren of zelfs dagen te duren. Het gaat erom dat je de principes van de tests leert kennen. Neem bij voorbeeld nog eens wat rekenprincipes door en kijk eens naar cijferreeksen, analogieën, syllogismen of figurenreeksen. Er zijn allerlei websites die voorbeeldtests verstrekken. Nogmaals: uren oefenen hoeft niet, ermee kennismaken is prettig. Meestal geeft het assessmentbureau zelf suggesties voor sites waar je kan oefenen.
  • Je vraagt aan goede collega’s, je leidinggevende of medewerkers feedback over je kwaliteiten en ontwikkelpunten. Vergeet daarbij niet naar voorbeelden te vragen. Je zet deze feedback af tegen de functie-eisen en bedenkt welke punten je zelf als ontwikkelpunten en kwaliteiten zou willen benoemen.
  • Je leest een boek, zoals ‘Assessment doen' van Bas Kok en Ferry de Jongh. 
  • Je checkt het internet: er zijn diverse sites die aanbieden je te helpen bij je voorbereiding. Veel sites focussen daarbij op de tests, maar er zijn ook filmpjes te bekijken via youtube en er zijn zelfs assessment trainingen mogelijk.

De assessmentdag zelf... daar ga je dan, op naar je assessment

Soms kom ik mensen tegen die om allerlei redenen (slechte ervaringen met eerdere assessments waarbij de assessor erop uit leek te zijn de kleinste details tegen je te gaan gebruiken bij voorbeeld) het assessment ‘met geslepen messen’ ingaan.

voorbereiden assessment

Zij willen zich niet laten kennen en zijn vooral bezig om mij te laten zien hoe slim, scherp, kritisch en moeilijk te peilen ze zijn. Ze zoeken overal iets achter, roepen bij voorbaat dat het ‘maar een momentopname is’ en dat ze in het echt heel anders reageren, dat tests onbetrouwbaar zijn enzovoorts. Dat soort deelnemers missen naar mijn idee kansen. Niet alleen omdat de samenwerking niet zo soepel verloopt als iemand zich erg wantrouwend opstelt. Ook omdat ze de kans missen om nieuwe dingen te horen en die mee te nemen in hun zelfbeeld. Als je je als assessment-deelnemer gesloten en wantrouwend opstelt, is de kans groot dat je feedback snel terzijde schuift, tenzij die precies aansluit bij wat je van jezelf vindt.

Mijn belangrijkste advies is daarom: blijf dicht bij jezelf. Daarmee bedoel ik: wees eerlijk en doe je niet anders voor dan je bent. Ga het assessment zoveel mogelijk actief en nieuwsgierig in. Als je vragen hebt, stel ze en benader de assessor als een gelijkwaardige gesprekspartner. Als je niet begrijpt wat de bedoeling is van een bepaalde casus, test of vragenlijst vraag er gerust naar, maar probeer niet de strijd te zoeken of de ander klem te zetten. Dat levert je niets positiefs op. 

De verschillende onderdelen van het assessment

Doorgaans omvat een assessment (en dan bedoel ik niet de variant waarbij je een vragenlijst invult en daar blijft het verder bij) de volgende onderdelen:

  • capaciteitentests, ook wel tests voor cognitieve vaardigheden genoemd of IQ-tests
  • enkele live cases met een professionele acteur
  • een of twee schriftelijke opdrachten zoals een planningsopdracht of een schrijfopdracht
  • een of twee interviews of gesprekken met de assessor(en)
  • een aantal persoonlijkheidsvragenlijsten gecombineerd met vragenlijsten rondom werkstijl, beroepsinteresse, managementstijl, drijfveren of waarden.
  • Soms doe je opdrachten waarbij een videocamera of webcam wordt ingezet en daarnaast zijn er nog tests waarbij je filmpjes moet beoordelen (situational judgement tests).
  • Ook de zogenaamde in basket of postbak-oefening kom je nog tegen.

Let er gedurende de assessmentdag op dat je goed weet wat er in elke opdracht van je verwacht wordt. Is een instructie niet duidelijk, vraag dan uitleg. Begin pas als je duidelijk is wat je moet gaan doen.

Reflecteer gedurende de dag actief op wat je doet. Als je bij voorbeeld een live casus doet, vertel dan hoe jij de casus zelf hebt ervaren en hoe effectief je je eigen aanpak vond, benoem daarbij wat je een volgende keer anders zou doen en luister naar de feedback van de assessoren. Die kan je helpen bij een volgende casus.

Blijf eerlijk, ook in het interview.

Als je vragenlijsten maakt, denk dan bij het beantwoorden aan situaties uit je recente (werk)ervaring (de laatste twee jaar ongeveer). Als er verschil is tussen werk en privé, kies dan voor de werk-persoonlijkheid. Probeer niet koste wat kost consequent te antwoorden. Bekijk en beantwoord elke vraag op zichzelf.

De terugkoppeling of het rapport

Als je assessment is afgerond zal de assessor aan het eind van de dag meestal met je stilstaan bij het verloop van de dag en de eventueel nog ‘losse eindjes’. Voor jou de gelegenheid om nog eens terug te komen op zaken die je wilt aanscherpen of juist nuanceren. Neem die kans! Soms hoor je al meteen of het advies van de assessor positief is, soms volgt dat later.

assessment voorbereiden

Na het assessment moet de assessor een advies uitbrengen aan de opdrachtgever. Als jij te maken hebt met een psycholoog NIP, dan zal die het assessment rapport als een psychologisch rapport beschouwen en weet je dat die zich aan bepaalde regels te houden heeft met betrekking tot die rapportage. Ik noem de belangrijkste:

De deelnemer aan een psychologisch onderzoek heeft het recht op:

  • Een nabespreking van het onderzoek
  • Inzage in het adviesrapport voordat het uitgebracht wordt
  • Blokkering van het rapport, zonder verdere opgaaf van redenen
  • Aanvulling of correctie van door de deelnemer verstrekte (feitelijke) gegevens
  • Afschrift van het rapport na het uitbrengen ervan en
  • Inzage in het dossier.

Weet dus dat je het recht hebt om als eerste te vernemen wat het advies van de assessor wordt. Dat advies mag de assessor pas aan de opdrachtgever geven als jij toestemming daarvoor geeft! Meestal beslis jij dat aan de hand van een rapportage die jij als eerste kan lezen. De nabespreking van het rapport doe je telefonisch of persoonlijk. Voor de nabespreking nog een paar tips:

  • Gebruik de nabespreking als een gratis coachingsgesprek: ga erheen om wijzer te worden.
  • Noteer vooraf de vragen die je hebt en stel ze.
  • Wees assertief, dus stel je vragen, maar ga de strijd niet aan door defensief of aanvallend te reageren.
  • Probeer niet het rapport zelf ingrijpend te laten veranderen. De meeste assessoren zullen dat niet doen.
  • Gebruik wel de mogelijkheid om je eigen reflectie toe te voegen aan de rapportage als je vindt dat je niet voldoende uit de verf komt. Als dat niet kan, maak dan een korte reflectie en stuur die zelf naar de opdrachtgever.

Meer weten?

Weet je nog niet voldoende of heb je specifieke vragen over een assessment dat je gaat doen? Neem dan gerust contact op met het bureau waar je het assessment gaat doen. Zij moeten je vragen gewoon kunnen beantwoorden.

Zelf doen?

Overweeg je of een assessment jou kan helpen om een sterkte zwakteprofiel voor jezelf op te maken? Neem dan gerust contact met me op. Ik denk graag met je mee.

Meer blogs van Mariëlle Damoiseaux lezen  

Mariëlle Damoiseaux, coach Nijmegen en omgeving (06-239 128 64)

GERELATEERD

Al onze blogs: kiezen op onderwerp

Assessment Tips